Ik was degene die werd gepest.

Mijn collega’s en ik hadden het over pesten op school. We waren over onze ervaringen aan het praten en terwijl ik mijn verhaal vertelde van toen ik 12-13 jaar oud was, kwam er ineens een herinnering en bijgaand gevoel bij. Een gevoel waar ik al lang niet meer over had nagedacht, maar dat toch een bepaalde toon in mijn leven heeft gezet.

Ons gesprek ging over wat nu juist het verschil is tussen plagen en pesten. Bij mij ligt het verschil voornamelijk in de intentie die erachter zit. Ook al ben je een kind in de basisschool, een tiener in het middelbaar of een volwassen persoon. Er zit altijd een intentie achter. Soms kan het groepsdruk zijn, soms wil je iemand zijn aandacht, soms is het jaloezie of is het een reflectie van je eigen onzekerheden. Mijn collega’s en ik plagen elkaar wel eens, en nu zeker met het WK (ik werk in Nederland en het blijken geen België-supporters te zijn, wat ik natuurlijk heel flauw vind). De intentie is om elkaar een beetje op te jagen, maar niet om te kwetsen. Gewoon een beetje stechelen. Natuurlijk kennen wij elkaar al jaren en weten we wat de ander kan verdragen. Het wordt ook nooit gemeen. Maar toen we het over onze kinder-/tienerjaren hadden, merkten we wel dat iedereen anders keek naar pesten. De ene vond dat het bij opgroeien hoorde (een beetje plagen hier en daar), de andere was er iets onverschilliger voor en sommigen van ons hadden echt littekens. Ik hoorde bij de laatste groep. Even ter verduidelijking: mijn littekens zijn figuurlijk.

Ik zat in het eerste jaar van het middelbaar. Ik was best groot voor mijn leeftijd, mijn kleding stijl was een mengeling van allerlei trends (stijl was toen al niet iets wat ik beheerde), ik had grote moralen en ik wilde dolgraag overal bijhoren. Ik was een vat vol tegenstrijdigheden en wist nooit echt waar ik bijhoorde. Ik had in de basisschool een beste vriendin en die band is toen veranderd. Ik was opeens niet cool meer, omdat ik niet mee wilde gaan roken achter de sporthal. Ik was iemand waar ruzie mee gezocht moest worden, omdat ze niet de juiste kleding droeg en te graag door iedereen gezien wou worden. Het was een kliek van ongeveer 3-4 meiden. Ik herinner mij er nog maar 3 echt duidelijk van. Op een gegeven moment kwam het zelfs zo ver dat er gedreigd werd dat men mij ging opwachten na school en mij ging afslaan. Dit laatste was iets wat ik was vergeten (bewust of onbewust, ik kan het je niet zeggen). Maar toen ik deze herinnering voelde boven komen, kon ik wel wenen. Ik herinner mij de angst en hulpeloosheid. Ik herinner mij de eenzaamheid en het verdriet. Ik herinner mij nog de exacte fietsenstalling waar ik tegen mijn tranen vechtte, omdat ik bang was het schoolplein te verlaten. Ik herinner mij dat mijn vrienden mij achterlieten omdat ze zelf zoveel bang hadden. Uiteindelijk heb ik geen pak slaag gekregen en ik weet zelfs niet goed of er toen een confrontatie is geweest, maar de indruk is gebleven en heeft mij gevormd. Vanaf dat moment leerde ik mezelf klein maken. Ik moest ervoor zorgen dat ik niet te hard opvalde en op niemand zijn radar verscheen. Nu weet ik niet meer alles en ik zal heus wel bijdragen hebben geleverd aan alle ellende, maar het heeft een lelijk litteken achter gelaten.

Gepest

Een paar jaren later stuurde mijn ouders mij op internaat. Ze vonden dat ik optrok met de ‘verkeerde’ vrienden en mijn punten waren niet al te best. Ik kwam aan op een internaat en een school waar ik niemand kende. En hoewel al mijn klasgenoten heel aardig waren en er geen sprake was van pesten, voelde ik mij een buitenbeentje. Ik was niet zoals de rest van hen samen opgegroeid. Ik zat op een internaat dus dat was al een teken dat er iets mis met mij was. En ik vond weinig mensen met dezelfde interesses als ik. Mijn behoefte om overal bij te horen was er nog steeds. Thuis had ik een grote vriendengroep, maar meestal zette ik een soort front op. Ik was aanwezig, op het luidruchtige af zelfs, maar op weinig momenten was ik echt mezelf. Ik kon met de meesten goed opschieten, kon uren naar hun problemen luisteren, maar ik liet op die personen nooit een indruk achter. Na het middelbaar ging ik studeren in Brussel, waar ik mij wederom het buitenbeentje voelde. Ik was afkomstig uit de rand van Limburg en de rest leek veel wereldser. Zij hadden duidelijke doelen in hun leven, waar ik dit niet had. Men zegt dat je tijdens je verdere studies vrienden maakt voor het leven… maar helaas zat ik mezelf zo in de weg, omdat ik het mezelf niet waard vond, dat ik het zelf heb gesaboteerd.

Natuurlijk is dit alles niet te herleiden naar die paar jaren dat ik gepest ben geweest. Door de jaren heen zijn er honderden momenten geweest waar ik het tij had kunnen keren of situaties en mensen die het erger hebben gemaakt. Maar het begon allemaal op 12-13 jaar.

Nu ik moeder ben, is het idee dat mijn kinderen misschien ooit gepest worden, verschrikkelijk. Als ik er nog maar aan denk, vullen mijn ogen met tranen. Hartverscheurend. Onbegrijpelijk. Oneerlijk. De gedachte dat mijn kinderen zich ooit zo zouden voelen als ik mij gevoeld heb, is ondraaglijk.

Plagen of pesten. Plagen is voor mij met een open hart en liefde iemand grappig uitdagen waarbij alle mogelijke grenzen worden gerespecteerd. Pesten is het werk van de duivel. Ik beweer niet dat ik weet wat de beste manier is om hiermee om te gaan, maar alstublieft… Doe het niet bij anderen en praat erover met je kinderen. Ook al zijn het geen pesters of worden ze niet gepest. Iemand die niets doet of een ander in de steek laat op zo’n moment, veroorzaakt ook pijn.

 

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s